maandag 27 juli 2015

Nieuwe aflevering komt morgenochtend

Prémery - Nevers 34 km

Busje komt zo

busje komt zo
busje komt zo
eventjes geduld nog want het busje komt zo

Hollenboer


Beste volgers. Wilde vandaag eigenlijk in Guérigny blijven, maar daar was het enige hotel gesloten (gekocht door de gemeente die er een nieuwe eigenaar voor zoekt). Niemand verhuurde kamers.
Besloot dan maar de bus naar Nevers te nemen. Twee uur op de bus gewacht en toen die kwam zwaaide ik naar de chauffeur die vrolijk terugzwaaide en doorreed.

Gesloten

Of te koop
Dat werden nog 15 lange kilometers te voet naar Nevers.

Daar kwam ik pas laat aan. Ik heb mijn intrek in een hotel genomen. Er is wel een logement voor pelgrims maar die gaan morgen allemaal weer om 6 uur met hun zakjes kraken en ik  hoef niet vroeg weg.

Het volgende doel is de herberg van mijn pelgrimsvriend René Heinrichs in Augy sur Aubois. Dat is echter 37 km van hier en dat is na vandaag toch wat te ver.
Morgen staat er daarom slechts 11 km op het programma naar Hotel Grenouille in Grenouille (Frans voor kikker). Het is helemaal in de stijl van kikkers.
Ik was er in 2002 toen ik op doorreis was per fiets van Koedijk naar Valencia. Ik heb ze zojuist maar even gebeld en ze zijn open.

Kortom, morgenochtend (dinsdag) vroeg weer een nieuw avontuur en morgenavond kwakende kikkers.

groeten vanuit Nevers





zondag 26 juli 2015

Knutselen op de feestdag van Sint Jacob

Een eigen huis
een plek onder de zon
en altijd iemand in de buurt die van me houden kon

René Froger


Een eigen huis, een plek onder de zon

zaterdag 25 juli Le Chemin – Pazy 19 km
zondag 26 juli Pazy - Cervenon (Prémery) 31 km

Zaterdag 25 juli

Het duurt even voor ik met mijn nieuwe vrienden bij Arno en Huberta kan vertrekken, maar om 11 uur is het dan toch zover. Na 500 meter worden we aangehouden door de demente buurman die beweert dat je in drie dagen naar Santiago kan lopen, vervolgens loopt er een wiel van het karretje van Maurizio.
Maurizio heeft van Arno de wielen van zijn steekwagen gekregen en wil die graag onder zijn eigen bagagewagentje laten lassen. De smid beneden in het dorp is echter niet thuis, dus we gaan verder.
Maurizio vraagt me wat een lasapparaat in het Frans is. Vervolgens schiet hij iemand op straat aan met de vraag of hij een lasapparaat heeft. Dat blijkt niet zo te zijn. Nee, natuurlijk niet, denk ik wie heeft er nu zo maar een lasapparaat? Maar bij de tweede is het al raak. Jean Michel haalt zijn zoon erbij die een vakkundig lasser is.

heeft u toevallig een lasapparaat?

Vakkundig wordt een nieuw onderstel gelast
Ik vertel Jean Michel dat het vandaag de feestdag van Sint Jacob is. Dat moet gevierd worden vindt Jean Michel want zijn overleden vader heette ook Jacques. Hij ontkurkt een fles Champagne. Laten we drinken op Sint Jacob en de herinnering aan uw vader, zeg ik. Het ontroert hem zichtbaar.Na drie kwartier klussen is het werk gedaan. Ik krijg van Jean Michel zijn adres. Of ik hem een kaartje wil sturen uit Santiago en voor hem wil bidden want hij heeft veel pijn. Dat ga ik zeker doen.

Jean Michel trekt een fles Champagne voor ons open
Een zondagse steek houdt geen week, zei mijn moeder vroeger. Blijkbaar geldt dat ook voor werk op de feestdag van onze apostel. Rond 6 uur 's middag klinkt er ineens een luide knal. Een klapband. De buitenband is geheel aan flarden, repareren is zinloos moet zelfs Maurizio erkennen.


Klapband

De oude wielen moeten er weer onder, maar die passen nu niet meer. Opgewekt gaat Maurizio naar een huis. Ik zie het wat meewarig aan. Denkt hij nu dat daar een mekanieker woont die zijn wielen kan bijslijpen?
Die woont er inderdaad ook niet, maar hij heeft wel het adres van de glazenier in Pazy die ook heel handig schijnt te zijn. Ik ben nog steeds wat sceptisch. Het is inmiddels zaterdagavond 7 uur. Vind je dan nog een vakman?
De oude wielen moeten er nu onder om voorlopig in Pazy te geraken. Met eindeloos geduld maakt Maurizio met de campinggasbrander de as heet en plaatst daar steeds het wiel op zodat er wat van het rubber smelt.

Christina heeft inmiddels mijn overhemd genaaid. Er zat een groot gat in mijn mouw, maar er bleken nog veel meer zwakke plekken te zijn. Ik ben dus met een sleets overhemd van huis gegaan.


Christina naait mijn overhemd

Emil is inderdaad een handig mannetje. Van zijn vrouw Charlotte mogen we wel in de tuin kamperen. Ze leent ons wat borden.


Charlotte en Emil
Manon slaapt bij Maurizio en Chtistina in de tent. Ik bouw met een dekzeil een eigen huis op de schommel van de kinderen.

Onder het eten vraag ik Maurizio waarom hij ook bij ernstige problemen zo vrolijk blijft. 
Er zijn geen ernstige problemen, antwoordt hij. Ja, ziekte en gezondheid, dat kunnen erge problemen zijn, maar alle andere doen er eigenlijk niet toe.

Er is nog iets anders dat ik kwijt moet. Ik heb me voorgenomen deze tocht alleen te lopen. Mocht ik mensen tegenkomen met wie het klikt, dat blijf ik maximaal drie dagen bij ze. Zoals mijn moeder al zei: visite en vis blijven drie dagen fris.
Ze begrijpen het.
Respeto, zegt Maurizio alleen maar. 

Zondag 26 juli Pazy - Cervernon (Prémery) 31 km

Slecht geslapen vannacht. Ik had het koud, een ervaring die ik na al die weken hitte waarin het 's nachts ook niet afkoelde al helemaal vergeten was.
Midden in de nacht word ik wakker. 
Maurizio en Christina hebben een jack voor me over de stoel gehangen. Ik had het eerst afgewezen, maar trek het nu dankbaar aan. Het gaat nu wat beter,

Maurizio is al om 6 uur op. Blijkbaar wil hij zijn late start van gisteren goedmaken.
Ik ga naar de badkamer, het buitenkraantje van Charlotte en Emil. Charlotte heeft er een stuk zeep bij gelegd.
Ik laat een bedankje achter in de vorm van de pelgrimswens die we in de basiliek van Vézelay hebben gekregen met onze namen erop.

Maurizio leurt al de hele tijd met twee motorjacks die hij onderweg wil verkopen. Ook hier kijk ik wat meewarig naar. Het zijn dure jacks in een gelimiteerde editie, maar vooral zwaar. Als hij eens wat minder gewicht mee zou nemen dan zou dat karretje het ook een stuk makkelijker hebben.

Onderweg lukt het hem nog bijna. Een man die enthousiast over zijn ezels vertelt wil er wel een voor zijn zoon. Het ziet er even serieus naar uit dat Maurizio twee motorjacks tegen een ezel ruilt. Handiger dan een karretje. Gelukkig weet Manon hem hiervan af te houden.


Ontmoeting met ezel Erica


Gilles wil wel een ezel tegen twee motorjacks ruilen, Manon weet hem hiervan af te houde
's Middags gaat het regenen. Maurizio en Christina hebben er flink de pas in. Ik moet moeite doen ze bij te houden.


Christina en Maurizio hebben er flink de pas in
De camping ligt aan het begin van Premery. Manon vraagt of ik meega, er is vast nog wel een stacaravan. Ik moet nu een besluit nemen. Als ik meega en hier vannacht slaap, is er morgen geen natuurlijk moment afscheid te nemen en loop ik weer een dag met ze. Dat is geen straf, maar ik zou maximaal drie dagen met anderen lopen. Dus nu even flink zijn.
We omhelzen elkaar. Ik wil Maurizio vertellen dat ik veel van zijn optimisme geleerd heb, maar ik schiet vol en kan alleen maar huilen. Met tranen in de ogen loop ik weg. Christina zwaait me na.

In Prémery zijn alle horecagelegenheden dicht of te koop. Op een bankje in de regen bekijk ik de adressen in mijn gidsje. Ik bel ze allemaal, maar niemand neemt op. Ik moet aan Maurizio zijn optimisme denken.
Zou ik terug gaan naar de camping? Dat is ook niet echt een sterke rentree. Weer afscheid nemen?
De laatste gelegenheid neemt op. Het is wel een eind buiten het stadje, maar ik ben blij dat ik wat gevonden heb.
Het is een van alle gemakken voorziene chambres de hotes. Ik moet weer erg aan de luxe wennen.
Zelfs het kaasplankje biedt nauwelijks troost, ook al staan er katten op de placemat.


Zelfs het kaasplankje biedt geen troost







zaterdag 25 juli 2015

Zonder geld geen WIFI

André en zijn vrienden hebben veel beleefd vandaag. Ze overnachten in een tuin zonder moderne voorzieningen, dus ... morgen weer een extra lange blog.

Annemieke

vrijdag 24 juli 2015

Praktisch Pelgrimeren in Noord Hollands Dagblad

Even uw hoofd naar links houden of uw computer naar rechts  kantelen
Een mooi cadeautje op deze dag van de apostel. Een (leuke) recensie van 'mijn' boekje Praktisch Pelgrimeren in het Noord Hollands Dagblad.
Dus Noordhollandse volgers: op naar de boekhandel.

Voor de niet-pelgrims onder de volgers. 25 juli is de naamdag van Sint Jacob. In Santiago is het dan groot feest en ons genootschap viert dit altijd met een avond in de Janskerk in Utrecht.
Als 25 juli op een zondag valt, is het een heilig jaar en is het in Santiago nog groter feest, maar daarvoor moeten we nog even wachten. Het eerstvolgende heilig jaar is 2021.

P.S. De digitale versie van het NHD is te goed beveiligd om het bericht hier te kopieren.

Una giornata particolare

Le Chemin - le Chemin 0 km


Ze zei: ik heb gehoord
Dat jij graag zaagt en boort

En handig bent met electriciteit

Dan sta je wekenlang

Op een krukje in de gang

Want dat heb je over voor zo'n leuke meid

En als het eindelijk klaar is zegt ze enthousiast en blij

Dat doe je stukken handiger dan Jaap, die vriend van mij.


Peter Schreiber

Maurizio stuct de muur in de hal
Vandaag een rustdag bij mijn pelgrimsvrienden Arno en Huberta, dus voor de liefhebbers een extra lange aflevering. De overige mensen zijn allemaal hard aan het werk, dus om niet de indruk te wekken te lanterfanten, doe ik mijn werk, de weblog.


Huberta en Arno

Maar eerst terug naar gisteren. Voor de niet-pelgrims onder de volgers. Vézelay is voor ons pelgrims naar Santiago letterlijk en figuurlijk een hoogtepunt op onze tocht. Allereerst vanwege de romaanse basiliek Sainte Madeleine uit de 12e eeuw gelegen op la colline eternelle, de eeuwige heuvel.
Verder omdat hier het 'caminogevoel' ontstaat. Was het tot voor kort het lopen nog een vrij solitaire bezigheid. Vanaf nu ben je ineens omringd door gelijkgestemden die hetzelfde doel hebben als jij.
In de pelgrimsherberg van Vézelay was dat al goed merkbaar. De dag dat ik er was al veel vrienden gemaakt, die je meteen weer moet loslaten omdat ze een andere route nemen dan jij. Sommigen naar Assisi, anderen wel naar Santiago maar via Bourges. Ik neem de zuidelijke variant via Nevers omdat ik morgen bij mijn pelgrimsvrienden Huberta en Arno wil overnachten.
Zicht vanuit het raam van de herberg: Sainte Madeleine houdt vannacht de wacht over ons
Om 7 uur 's morgens ga ik naar de Lauden in de basiliek waar ik met andere pelgrims de pelgrimszegen ontvang. Ik ben niet kerkelijk, maar dit ritueel geeft toch een bepaalde betekenis aan de pelgrimstocht.

Dan op pad. Vooralsnog nog solo.

Afscheid van de eeuwige heuvel

Nu zijn het nog vreemden, straks vrienden
Voor me uit lopen drie pelgrims. Als vanzelf loop ik een stukje met ze mee.
Het zijn Christina (26) en Maurizio (36). Zij uit Modalvie en hij uit Italie. Ze werkten hard, vaak in het buitenland, totdat Christina zei dat het genoeg was. Ze lopen nu via Lourdes naar Santiago om te ontdekken wat ze met de rest van hun leven willen.
Christina spreekt Roemeens, Russisch en Italiaans en wat Engels. Maurizio alleen Italiaans. Hij is gewend met zijn handen te werken. Hij kan alles: loodgieten, metselen, stucen. Elektriciteit doet hij niet want dat vindt hij saai.
Maurzio trekt een bagagewagentje mee met 20 kg waaronder een tent. Geld hebben ze nauwelijks, ze kamperen en leven van wat ze krijgen aangeboden. Toch zijn het geen profiteurs. Tijdens pauzes wordt het weinige dat ze aan eten hebben meteen gedeeld.
Ik heb grote bewondering voor ze. Ik probeer tijdens deze tocht ook iets soberder te leven dan normaal, maar ik heb altijd nog een creditcard in mijn portemonnee. Maurizio en Christina hebben die reserve niet.
Manon (18) uit Quebec heeft zich bij hen gevoegd. Ze is oorspronkelijk francaise, maar haar ouders zijn naar Canada (pardon, Quebec moet ik van haar zeggen) ge-emigreerd. Het is vandaag haar eerste dag. Ze wil naar Zuid-Frankrijk lopen om daar haar familie te bezoeken.
Ondanks haar jonge leeftijd is ze al zeer volwassen. Ze weet wat ze wil.



Christina en Maurizio

Manon

Christina
Christina en Maurizio lopen op de stickers die de weg wijzen. Ik heb een routegids en leer al snel om de aanwijzingen in het Italiaans te geven: avanti (rechtdoor), a destra (rechtsaf), a sinistra (linksaf) en indietri (terug).
Christina heeft aanleg voor talen. Ze vertelt dat ze in 4 maanden Italiaans heeft geleerd. Ze wijst me op een ortica. Als ik zeg dat dit bij ons een brandnetel is weet ze dat meteen te reproduceren. Ze waarschuwt me later op de dag nog diverse keren voor een 'brandnetel'. Ze spreekt het bijna accentloos uit.




Tijdens een pauze komt Moons erbij. We hadden hem vanmorgen al gezien, maar toen liepen wij volgens hem fout. Hij ging een andere weg om te ontdekken dat dit toch niet de goede was.
Moons is uit Aarhus in Denemarken komen lopen. Hij heeft ook weinig geld en heeft in Duitsland vooral bij boeren gekampeerd.
Moons uit Denemarken komt erbij
Het is een bijzondere dag. Ik ben op weg naar vrienden en loop nu ineens tussen mensen die in de korte tijd dat ik ze ken al een grote hartelijkheid hebben laten zien.
Ik weet nu al dat ik deze dag me later zal herinneren. Vooral de zorgeloze en vrolijke manier waarop Christina en Maurizio lopen maakt grote indruk op me. Ze blijven maar vrolijk, tot zelfs op het einde van de dag wanneer we in de volle zon een steile helling moeten beklimmen. Maurizo vindt een grote steen met een fossiel van een schelp daarop. Hij wil me die cadeau doen. Ik schat de steen minstens op 5 kg dus ik bedank voor de eer.

Er is wel één ding waar ik een beetje meer zit. Mijn medepelgrims blijven wat vaag over hun bestemming van vandaag. Ik vertel dat ik naar vrienden op weg ben. Ik nodig ze uit mee te gaan, maar dat is lastig voor ze, want ze hebben geen geld. Manon heeft wel geld, maar ze wil uit solidariteit bij Christina en Maurizio blijven.

Ik heb mijn komst bij Huberta en Arno aangekondigd. Ik ken ze al meer dan tien jaar. Ze hebben tien jaar een pelgrimsherberg in Saint-Jean-Pied-de-Port aan de voet van de Pyreneeen gehad. De laatste jaren werd het te druk, ze zaten elke dag vol. Ze hebben verleden jaar de herberg verkocht om hier onder Vezelay iets nieuws en kleinschaligs te beginnen.
Arno heeft me dit voorjaar erg geholpen met het herschrijven van de gids: Praktisch pelgrimeren naar Santiago de Compostela.

Tja, en nu kom ik voor de eerste keer bij Arno en Huberta in Le Chemin en neem ik in mijn kielzog een aantal vrienden zonder geld mee.
Ik besluit het maar op zijn beloop te laten. Arno en Huberta zijn ook pelgrims dus ze zullen het wel begrijpen.
Dat doen ze inderdaad. Geen probleem als er tenten in de tuin worden opgezet. En Huberta staat erop dat iedereen aan de avondmaaltijd meedoet. Geen geld? Dan geef je maar iets van je eigen voedsel als bijdrage.
Christina en Maurizio geven een pak rijst.
Prima zo zegt Arno, het hoeft helemaal  niet veel te zijn, als er maar iets tegenover staat.  Hij vertelt van een oude zuster in India die haar leven in dienst had gesteld van het helpen van mensen en die aan het eind tot de conclusie kwam: mensen helpen is goed, maar ze moeten zelf ook iets doen.

Dat hoef je niet tegen Maurizio te zeggen. Hij kan zijn ogen niet afhouden van de stenen in de muur van de hal die slechts door leem bij elkaar worden gehouden. Dat is op zich voldoende, maar het blijft wel gruizen zodat je altijd aan het vegen bent.
Hij wil niet naar bed voor hij met Arno heeft afgesproken dat hij de volgende dag de muur mag stucen.

Vandaag is het zover. Maurizio heeft zich op de muur gestort Christina en Manon snijden het onkruid uit het gras.
Tja, zegt Arno, wat Maurizio in 20 minuten gedaan heeft, zou mij 3 uur kosten.

Christina en Maurizio snijden onkruid uit het gras
Ik maak kennis met Hans en Sandy, twee vrijwilligers die Arno en Huberta twee weken assisteren.
Ze hebben tijdens eerdere tochten zo veel gastvrijheid van Arno en Huberta ontvangen dat ze graag iets terug willen doen. 


Sandy en Hans
Het zijn twee bijzondere dagen die ik nog lang zal herinneren en waarvan je je afvraagt waarom het dagelijkse leven in Nederland niet altijd zo kan zijn. Vriendschap, hartelijkheid, gastvrijheid, niet zeuren over geld, maar elkaar gewoon helpen. 


donderdag 23 juli 2015

Iemand moet de kar trekken

Vézelay - Le Chemin  26 km

Hij zingt liedjes op zijn Frans
over de maagd van Orleans
hij gaat met een rozenkrans naar een Franse kathedraal
allemaal, allemaal
ja de kat van Ome Willem is brutaal

Wim Sonneveld (tekst Annie M.G. Schmidt)

Katten in het voorportaal van basiliek St. Madeleine in Vézelay

Het was een mooie dag vandaag. Op weg naar mijn pelgrimsvrienden Arno en Huberta  die een herberg hebben in Le Chemin vrienden gemaakt met bijzondere mensen.

Daarover morgen meer, want dan houd ik er een rustdag.

Tot morgen
Pelgrim André



woensdag 22 juli 2015

Wij vieren feest

Cravant - Vézelay

Mag ik van u een lift, meneer?
Toe laat mij hier niet staan
Ik heb voor de trein geen centen meer
Ik woon hier zo ver vandaan

Zangeres zonder naam (tekst: Johnny Hoes)


Tja, zo'n suggestie van volger Jaap - ga een stukje met de trein -  is natuurlijk net zo iets als de verzoeking van de Heilige Antonius. Maar ik ben geen heilige en kan er dus in tegenstelling tot Antonius geen weerstand aan bieden.
Ik pak een stukje de trein. Vervolgens loop ik over de D951 richting Asquins en Vézelay. 
Ik ben nog maar een paar kilometer op weg als er een auto in de berm stopt. Geen ongevaarlijke manoeuvre op deze drukke weg. Een oudere dame verleidt me in te stappen. Haar vriendin die voorin zit, wordt naar de achterbank gedirigeerd. 


Feest in Vezelay


Paulette en Andrée zijn twee weduwen op weg naar Vézelay om daar het feest van Sainte Marie Madeleine te vieren. Vandaag is haar naamdag, wist ik dat niet? Nee, dat wist ik niet.

Paulette praat honderduit in rap Frans, dat is nog niet zo erg, maar ze komt uit een bergdorp bij de Zwitserse grens en heeft een verschrikkelijk accent. Ze houdt hele verhandelingen waarbij ze me aankijkt en de Volkswagen een stuk over de linker weghelft zwalkt. Hopelijk zijn die truckers van gisteren al ver weg.


Paulette en Andrée
Tja, gisteren dacht ik nog dat Vézelay iets te ver was voor éen dag. Nu ben ik nog op tijd voor de processie met relieken en de H. mis. Zeg maar eens dat er geen zegen rust op een liftende pelgrim.



De relieken worden de basiliek binnengedragen
bij het begin van de mis schrijden er een aantal geestelijken in hun pij door het middenpad.
'Alles goed?'' hoor ik ineens in sappig Vlaams uit een pij komen. Het is Christian met wie ik zondag nog in de voetbalkantine overnachtte.



De sfeer op het plein van de basiliek doet me erg aan Santiago denken. Toeristen en pelgrims vormen er een gevarieerd publiek. Paulette heeft wel begrepen dat er uit die Hollandse pelgrim niet zo veel weerwoord komt en spreekt allerlei mensen aan. Ook Tosca en Bert uit Eefde. Ik ben blij dat ik even met hen kan praten en niet met die twee weduwen.


Tosca en Bert uit Eefde
Twee pelgrims wensen met 'buen camino'. Ik weet wel wie jullie zijn, zeg ik. Theo en Leobard. Ik heb van Christian en Bert al veel over hen gehoord.


Pelgrims Leobard en Theo
Na de mis is er een picknick achter de kerk. Paulette en Andrée hebben van alles meegebracht. De kerk serveert er een gratis wijntje bij en ook de aartsbisschop komt me nog een handje geven. Als pelgrim ben je iemand.
Gelukkig zit er ook een aardig Frans echtpaar aan tafel dat wel gewoon Algemeen Beschaafd Frans spreekt. Ik praat veel met hen en let er op dat ik af en toe ook iets tegen Paulette en Andrée zeg.


Picknick achter de basiliek


Met een wel heel bijzonder kaasje
Vézelay is een keerpunt in mijn pelgrimage. Was het tot voor kort een eenzame bedoening met een enkele pelgrim voor of achter me. Hier wemelt het van de pelgrims. In de pelgrimsherberg tref ik francaise Martine die ook naar Compostela gaat en haar landgenote Cecile die naar Jeruzalem loopt.

Andrew uit Schotland is me net voor in de pelgrimsherberg. Hij krijgt de laatste slaapplaat op de mannenslaapzaal. Ik word naar de vrouwenslaapzaal verwezen (tja volger Jos E. uit Voorburg, ik kan er niets aan doen).

Als ik later weer buiten loop, kom ik het algemeen beschaafde Franse echtpaar weer tegen. Om half 5 is er een interessante rondleiding door de crypte, vertellen ze. Mag ik zeker niet missen. Nee, dat is wel zo, maar ik wil ook wel eens rustig met mezelf een biertje drinken en mijn blog bijwerken.
Om nog meer kennissen te vermijden ga ik met opzet binnen in een café zitten en niet  op het terras.

Als ik net bezig ben met mijn blog geloof ik mijn ogen niet. Wie komen daar binnen? Paulette en Andrée. Ze gaan recht tegenover me zitten in het verder lege café en kijken me recht in het gezicht.
Ik knik maar vriendelijk terug. Ze zeggen 'bonjour monsieur' en gaan verder met hun conversatie. Langzaam dringt het tot me door: ze herkennen me niet met mijn andere kleren en gewassen haren.
Ik besluit het maar zo te laten. Ze bestellen twee panaches (bier met limonade). Af en toe hoor ik dat ze het over die 'Hollandais' hebben.
Tja, een vreemde ontmoeting was dat met die dames. Ontzettend aardig dat ze me uitnodigden, maar ik kon niets met dat rappe Frans in een voor mij vaak ondoorgrondelijk accent.

Morgen maar weer gewoon lopen. 25 km naar de herberg van mijn pelgrimsvrienden Huberta en Arno die ik al meer dan tien jaar ken. Ik verheug me erop.